Nederland kent geen verplichte namenlijst en mensen worden in principe vrijgelaten in hun keuze van een voornaam.

Er zijn wel in de wet twee beperkingen opgenoemd:

  • de voornaam mag niet ongepast zijn.

De wet is niet duidelijk wat nu precies ongepast is. Dit bepaalt de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar de geboorte-aangifte wordt gedaan. In procedures tot voornaamswijziging, zien we ook voorkomen dat de rechtbank de ambtenaar van de burgerlijke stand advies vraagt over het al dan niet ongepast zijn van de voornaam. Dat veel mogelijk is, volgt onder meer uit de al wat oudere uitspraak uit 1998 (Miracle of Love). In deze uitspraak overweegt de rechtbank onder meer:

,,, dat aan ouders een grote vrijheid dient te worden gelaten bij de keuze van voornamen van kinderen, omdat daarin mede uitdrukking wordt gegeven aan ‘family-life’ in de zin van art. 8 EVRM. Dat neemt niet weg dat deze vrijheid aan enige beperking kan worden onderworpen zoals die limitatief in art. 1:4 lid 2 BW is opgenomen. Daarbij spelen gewichtige maatschappelijke belangen een rol, waarbij te denken valt aan het maatschappelijke belang dat het recht op het geven van voornamen aan kinderen door de ouders op niet-verwarrende wijze wordt uitgeoefend opdat met de betrokken voornamen zonder onevenredige problemen aan het economisch rechtsverkeer en ander maatschappelijk verkeer zal kunnen worden deelgenomen, hetgeen tevens een groot belang vormt voor diegenen die met betrokkene in het economisch en ander maatschappelijk verkeer van doen zullen hebben. Op grond hiervan is de rechtbank van mening dat met opneming van de voornaam Miracle of love/Miracle-of-love geen gewichtig maatschappelijk belang wordt geschaad en dat betrokkene in de toekomst zoals dat zich nu laat aanzien, zonder onevenredige problemen aan het rechtsverkeer en ander economisch en maatschappelijk verkeer zal kunnen deelnemen. In dat licht bezien is hetgeen door verzoekers als motief naar voren is gebracht voor de onderhavige keuze op zichzelf niet ongepast en bestaat er als zodanig geen belemmering voor toewijzing van het verzoek.

  • de voornaam mag geen bestaande achternaam zijn, tenzij de voornaam ook een gebruikelijke voornaam is.

Deze regel stamt uit de 19e eeuw bij de introductie van de burgerlijke stand en geldt nog steeds. Deze regel is ingevoerd omdat men het toen niet wenselijk vond dat bestaande familienamen als voornaam werden gebruikt.