Vervangende toestemmingIndien de achternaamswijziging wordt verzocht van een minderjarige, geldt als hoofdregel dat beide ouders (met gezag) dit verzoek indienen. Vaak komt het echter voor dat een van de ouders zijn of haar medewerking aan de wijziging van de achternaam niet wil verlenen. Vaak is dit het geval bij zogeheten B1-verzoeken, die vaak worden ingediend na een verbrekening van het huwelijk of buitenechtelijke samenleving. De folder van het Ministerie van Justitie zegt hierover: Wilt u de achternaam van uw kind(eren) wijzigen en hebben beide ouders het gezag? Dan moeten beide ouders het verzoek tot naamswijziging ondertekenen. Wanneer één ouder dit verzoek niet ondertekent en later blijkt dat deze ouder niet instemt met het verzoek, wijst het ministerie van Justitie het verzoek af. Dit kan anders zijn wanneer een ouder vervangende toestemming van de rechter heeft gekregen om het verzoek in te dienen. Dit is een aparte procedure waarvoor u een advocaat nodig heeft. Volgt u eerst deze procedure en dien daarna een verzoek tot naamswijziging in. Besef dat altijd naar de mening van de andere ouder moet worden gevraagd. Ook als de andere ouder niet het gezag heeft, geen contact met het kind heeft of geen alimentatie betaalt. Ook als u vervangende toestemming heeft gekregen, moet alsnog naar de mening van de andere ouder worden gevraagd. Is er derhalve sprake van gezag bij beide ouders. Let u dan op voordat u een verzoek tot achternaamswijziging indient. Naamswijziging.nl is een dienst van blat advocaten in Zeist en kunnen u assisteren bij een verzoek om vervangende toestemming. Belt u ons op 030-698 20 35 voor meer informatie over dit onderwerp.
|